HafenCity
Elbphilharmonie
Hoe komen context, opgave, perceptie en tijd tot uiting in het ontwerp van de Elbphilharmonie?
- Locatie
- Westpunt van HafenCity; snijpunt HafenCity / Speicherstadt / Elbe
- Waterstructuur
- HafenCity / Elbe
- Bouwjaar
- Eerste steen 2007 · oplevering 2016 · opening 11 januari 2017
- Architect
- Herzog & de Meuron
- Onderbouw
- Kaispeicher A, Werner Kallmorgen, 1963–1966
- Programma
- Großer Saal (2.100) · Kleine Saal (±550) · Plaza (37 m) · hotel · appartementen · horeca · parkeren
- Hoofdbron
De Elbphilharmonie in Hamburg is een van de meest spraakmakende architectuurprojecten van Hamburg.
Het gebouw combineert een historisch havenpakhuis met een eigentijdse concertzaal en vormt daarmee een bijzonder voorbeeld van de relatie tussen architectuur, stad en geschiedenis. In dit onderzoek wordt de Elbphilharmonie geanalyseerd aan de hand van de basisbegrippen context, opgave, perceptie en tijd. Deze begrippen bieden inzicht in de manier waarop het gebouw reageert op zijn omgeving, de ontwerpopgave vertaalt naar architectuur, wordt ervaren door gebruikers en zich verhoudt tot het verleden en de toekomst van de locatie.
De centrale onderzoeksvraag luidt: hoe komen de begrippen context, opgave, perceptie en tijd tot uiting in het ontwerp van de Elbphilharmonie? Om deze vraag te beantwoorden is een analyse vooraf gecombineerd met een analyse op locatie. Tijdens een reisweek naar Hamburg is de Elbphilharmonie bezocht en bestudeerd vanuit verschillende perspectieven in de stad en langs het waterfront.
Context: drie werelden aan de Elbe
De Elbphilharmonie staat op de punt van HafenCity, op het snijpunt van drie werelden: de moderne woontorens van HafenCity, de oude pakhuizen van de Speicherstadt en het water van de Elbe.
Die bijzondere ligging is zichtbaar in het ontwerp. De oude, functionele basis en de nieuwe, vrijere kroon verhouden zich elk op hun eigen manier tot hun omgeving. Het begrip context was dan ook bepalend voor het ontwerp, zowel op macroschaal in de vorm van de kroon, als op detailniveau in de structuur van de wanden.
Macroschaal
De golvende dakvorm van de Elbphilharmonie is het meest opvallende kenmerk van het gebouw. Het dak bestaat uit een reeks gebogen glasvlakken die samen een golvend landschap vormen. Die vorm verwijst direct naar de omgeving: het water van de Elbe, zichtbaar vanuit vrijwel elke hoek van het gebouw, kent diezelfde golvende beweging. Waar de golven van de Elbe voortdurend in beweging zijn, is het dak vastgelegd in glas en staal.
Detailniveau
Hetzelfde motief keert op veel kleinere schaal terug in de Großer Saal. De wanden zijn volledig bekleed met witte gipspanelen die elk een eigen golfvormige structuur hebben. Sommige panelen zijn vlak en fijn geperforeerd, andere hebben diepe openingen. Die variatie helpt om geluidsgolven onregelmatig te verdelen en draagt bij aan een gelijkmatige klankervaring .
Opgave: nieuw programma in een bestaand pakhuis
De Elbphilharmonie is niet vanaf nul gebouwd, maar op en rond een bestaand pakhuis uit de twintigste eeuw.
Dat pakhuis stelde een duidelijke opgave: hoe integreer je een nieuw, complex programma in een bestaande structuur, zonder de identiteit van die structuur te verliezen? Aan de hand van drie doorsnedes wordt onderzocht hoe de verschillende functies in het gebouw zijn georganiseerd, en hoe die organisatie voortbouwt op de oorspronkelijke bestemming van het pakhuis.
De doorsnedes tonen een duidelijke verticale scheiding tussen twee werelden. In de basis van het voormalige pakhuis bevinden zich de meer functionele ruimtes: parkeergarage, logistieke ruimtes, technische ruimtes en studioruimtes. Dit zijn de plekken die niet direct op het publiek zijn gericht, maar het gebouw draaiende houden. De roltrap markeert vervolgens de overgang naar de bovenste wereld: bezoekers worden boven de functionele basis getild naar de Plaza en de nieuwe kroon.
In het bovenste deel concentreren zich functies die op ontspanning en verblijf zijn gericht: concertzalen, hotel en appartementen. Waar de basis draait om functionaliteit, draait de kroon om beleving. De opgave werd dus niet opgelegd aan de bestaande structuur, maar erdoor gevormd.
Perceptie: alles draait om het orkest
De Großer Saal is ontworpen vanuit een centraal uitgangspunt: alles draait om het orkest. Letterlijk en figuurlijk staat de dirigent in het middelpunt van de ruimte.
De balkons in de Großer Saal zijn niet symmetrisch gerangschikt. Ze liggen op verschillende hoogtes en hoeken, en lijken in een trage draaibeweging rondom het centrale podium te bewegen. Die organisatie roept de vorm op van een waterkolk: een wervelende, organische beweging die naar een middelpunt trekt. De asymmetrische opstelling geeft een belangrijk perceptueel effect: er is geen slechte plek in de zaal. Elke bezoeker zit in een andere relatie tot het podium, maar altijd direct erop gericht.
De trapsgewijze opbouw van de balkons versterkt dit effect verder. De ruimte heeft geen duidelijk begin of einde, geen vaste voor- of achterkant. De bezoeker ervaart de zaal als een vloeiende, bewegende vorm. Net zoals een waterkolk geen stilstaand oppervlak heeft, heeft de Großer Saal geen statisch interieur. De perceptie van beweging is ingebakken in de architectuur.
Tijd: baksteen onder glas
De Elbphilharmonie zoals die vandaag bekend is, is het resultaat van een lange transformatie.
Het oorspronkelijke pakhuis, gebouwd in de jaren zestig van de twintigste eeuw, was een uitgesproken functioneel gebouw. De zware bakstenen gevel straalt dat uit: massief, gesloten en duurzaam. Het pakhuis was niet bedoeld om te verblijven, maar om te werken. De periode waarin alleen de bakstenen gevel nog overeind stond, maakt de breuk tussen oud en nieuw het meest zichtbaar. De lege schil toont wat er was, en suggereert tegelijk wat er gaat komen.
De nieuwe kroon, volledig uitgevoerd in glas, staat in direct contrast met de bakstenen basis. Glas is transparant, reflecterend en uitnodigend; het laat zien wat er binnen gebeurt en spiegelt de omgeving terug. Waar baksteen geslotenheid uitstraalt, communiceert glas openheid. Die materiaalkeuze markeert de verschuiving in functie: het gebouw is niet langer een plek van opslag en arbeid, maar van cultuur en ontspanning.
-
1963–1966
Kaispeicher A gebouwd
-
2006–2016
Realisatie Elbphilharmonie
-
31 okt. 2016
Bouw afgerond
-
11 jan. 2017
Opening
-
heden
Cultuuricoon aan de Elbe
Data tijdlijn: Kaispeicher A 1963-1966 en realisatie 2006-2016 volgens Herzog & de Meuron; opening op 11 januari 2017 volgens Elbphilharmonie Hamburg .
Sydney Opera House
Een interessante vergelijking kan worden gemaakt met het Sydney Opera House, omdat beide gebouwen hun identiteit sterk ontlenen aan hun ligging aan het water.
Zowel de Elbphilharmonie als het Sydney Opera House gebruiken een dakvorm die is geïnspireerd op het maritieme karakter van hun omgeving. Bij de Elbphilharmonie verwijzen de golvende glazen daklijn en gevel naar watergolven op de rivier de Elbe, terwijl de karakteristieke schelpen van het Sydney Opera House doen denken aan opgeblazen zeilen die zich openen naar de haven van Sydney. In beide gevallen wordt het water niet alleen als achtergrond gebruikt, maar vormt het een directe inspiratiebron voor de architectonische vormgeving.
Het verschil ligt vooral in de oorsprong van de relatie met het water. De Elbphilharmonie komt voort uit de industriële geschiedenis van de haven van Hamburg en behoudt de robuuste bakstenen onderbouw van het voormalige pakhuis. Het Sydney Opera House is daarentegen ontworpen als een zelfstandig object dat volledig opgaat in het landschap van de baai.
De Elbphilharmonie laat zien dat context, opgave, perceptie en tijd niet los van elkaar werken, maar samen de vorm en betekenis van het gebouw bepalen.
Van de golvende kroon die reageert op het water van de Elbe tot de wandpanelen die de akoestiek van de Großer Saal vormgeven: op elk schaalniveau stuurt de context de vorm. De opgave van een nieuw programma in een bestaand pakhuis leidt niet tot een breuk met het verleden, maar tot een stapeling van functies en tijdlagen. De perceptie van de zaal draait volledig om de muziek, terwijl de materialisering van baksteen en glas de verandering van havenarbeid naar cultuur zichtbaar maakt.