Gezamenlijke conclusie · team Wie profiteert? · 07 / 08

Drie toestanden
van hetzelfde water

“Wasserstadt” is geen vaste toestand. Het is een keuze die telkens opnieuw wordt gemaakt. De vraag blijft: wie profiteert van het water?

07 · 1 Synthese

De drie casussen laten hetzelfde water in drie toestanden zien, op drie schalen: het smalle fleet, het stadsbekken van de Alster en de brede Elbe.

Bij de fleeten is water eerst handelsmachine, dan bedreiging, en ten slotte een rustig, gereguleerd kanaal. Het Steigenberger gebruikt dat kanaal als representatieve voorkant: het zet zich op de punt van de Fleetinsel en maakt van het water vooral een adres. Bij de Binnenalster is water grens én verbinding. De Lombardsbrücke ligt op de oude stadsrand en ordent verkeer, zichtlijnen en stadsdelen; het water wordt hier vooral gedeeld als beeld en als doorgang. Bij HafenCity wordt havenwater aan cultuur gekoppeld: de Elbphilharmonie maakt van een opslagpunt een publiek gebouw aan de Elbe, met een vrij toegankelijke Plaza boven op de oude pakhuismuren.

Onder die drie verschillen ligt één patroon. Water wordt pas stedelijke kwaliteit nadat het is beheerst: door de Schaartorschleuse bij de fleeten, door de dam en de bruggen op de Alster, door de kades en het ophogen van HafenCity. Beheersing is de voorwaarde, maar ze is geen neutrale handeling. Wie het water temt, bepaalt ook wie er daarna bij mag. Daarmee is de vraag niet alleen of water kwaliteit wordt, maar vooral hoe die kwaliteit wordt verdeeld.

07 · 2 Wie profiteert?

De vraag naast elkaar

In elk hoofdstuk keert dezelfde vraag terug: wie profiteert van het water? Naast elkaar gezet wordt het verschil zichtbaar.

Het Steigenberger Hotel op de Fleetinsel
Fleeten · Steigenberger
VastgoedBezoekers (hotel) HandelVerkeerCultuurBewoners
De Lombardsbrücke over de Alster
Binnenalster · Lombardsbrücke
VerkeerBezoekers (toeristische blik)Bewoners HandelCultuurVastgoed
De Elbphilharmonie aan de Elbe
HafenCity · Elbphilharmonie
CultuurVastgoedBezoekers (gratis Plaza) HandelVerkeerBewoners

Drie keer winnen grotendeels dezelfde partijen. Vastgoed profiteert in alle drie de gevallen, en cultuur, representatie en stadspromotie schuiven mee op. De werkende stad verdwijnt juist: handel en havenarbeid, ooit de reden dat dit water er lag, treden overal terug. Water levert in het centrum van Hamburg vandaag vooral uitzicht, adres en imago op, en veel minder een plek om te werken of te wonen.

Het echte verschil zit in de toegankelijkheid, en in wie als ‘publiek’ meetelt. Op de Fleetinsel blijft de winst grotendeels privaat: de arcade is een halfopen voorkant, maar de kwaliteit zit binnen, in het hotel, en de kade loopt buiten kantooruren leeg. Bij de Lombardsbrücke wordt het water breed gedeeld, maar vooral in beweging: de voorbijganger en de doorgaande stad delen in het uitzicht, terwijl het echte verblijven aan het water pas voorbij de brug begint, bij de woningen en de roeiverenigingen op de Außenalster. Dat is meteen de enige casus waar gewone bewoners het water nog als leefruimte krijgen. Bij de Elbphilharmonie wordt een deel van de kwaliteit expliciet teruggegeven, via de gratis Plaza, maar die publieke laag rust letterlijk op de luxe eronder: de appartementen en het hotel betalen de rekening.

Zo hangt de verdeling samen met twee dingen: of de oever begaanbaar wordt of alleen adres en decor blijft, en wie er met ‘publiek’ wordt bedoeld – de bewoner, de voorbijganger, de bezoeker of de betalende gast. Hoe meer de oever louter voorkant blijft, hoe smaller de kring die ervan profiteert; hoe meer ze vrij begaanbaar is, hoe breder. Maar zelfs het breedste geval, de Plaza, laat zien dat brede toegang in Hamburg vaak wordt betaald door de smalste, meest exclusieve programma's. De publieke oever is daarmee niet alleen een ontwerpvraag, maar ook een verdelingsvraag.

07 · 3 Slot

De verschuiving van risico naar kwaliteit is echt, maar de publieke oever blijft de toetssteen, en het scherpste punt van kritiek.

Hamburg geeft het water vooral terug als beeld en als bestemming: een skyline om naar te kijken, een Plaza om te bezoeken, een brug om over te rijden. Veel minder geeft het de oever terug als gewone leefruimte, als plek om te wonen, te werken of zomaar te blijven. In één beweging gelezen, van de verborgen fleeten via de brug op de oude stadsgrens naar het gebouw aan de Elbe, presenteert de stad zich met overtuiging als Wasserstadt. Maar in het centrum is ‘Wasserstadt’ vooral een gepresenteerde stad: het water wordt zichtbaar gemaakt voor wie kijkt en bezoekt, en pas op de tweede plaats toegankelijk voor wie er woont. Elke nieuwe betekenis van het water brengt zo ook een nieuwe verdeling mee, en de vraag wie profiteert blijft daarmee net zo goed een ontwerpvraag als een politieke keuze.